Grote verzoendag

Grote Verzoendag of Jom Kipoer is misschien wel de meest heilige dag van het jaar. Op deze dag, de 10de van de zevende maand, ging de Hogepriester het Heilige der Heiligen binnen om verzoening te doen. De aanleiding voor de instelling van deze dag was niet zo fraai. In oorsprong kon de hogepriester altijd in het Heilige der Heilige komen. Maar op een dag hadden de priesters Nadab en Abihu eigen vuur en reukwerk de Tabernakel binnengebracht. Op datzelfde moment kwam er vuur van het aangezicht van de Heer en verteerde Nadab en Abihu. (Lev. 10:1-7) Sindsdien mogen de priesters niet zomaar meer in het Heilige der Heilige komen. De Hogepriester mag meer één keer per jaar, tijdens Grote Verzoendag, het voorhangsel voorbij. Dan moet hij in aanwezigheid van God verzoening doen voor zichzelf, over de tabernakel en voor het volk. (Lev. 16:1-34)

Wat gebeurt er nu precies met Grote Verzoendag? Wat moest er precies verzoend worden? Het gaat hier niet zozeer om vergeving van zonden op zichzelf. Op elk willekeurig moment konden er namelijk offers voor de zonden gebracht worden in de Tabernakel (Lev. 4-5). Zolang de priesterdienst goed zou functioneren en het Heiligdom rein zou blijven, zouden de zondoffers de schuld gewoon weg kunnen nemen. Maar hier zit hem precies het probleem. Want de praktijk wees uit dat de priesterdienst niet altijd goed functioneerde. Ook raakte het Heiligdom verontreinigd door de zonden van de Israëlieten, die de perken van het Gods verbond te buiten gingen. De zonde zit zo diep dat het onvermijdelijk de afgesproken perken van het verbond te buiten zal gaan. Het sterven van Nadab en Abihu bracht aan het licht, dat het onmogelijk was voor het volk om in Gods heilige nabijheid te leven.

Op Grote Verzoendag wordt er daarom verzoening gedaan voor deze overtredingen van het verbond. De Hogepriester moet eerst voor zichzelf een zondoffer offeren. Hij moest een jonge stier slachten en het bloed daarvan op en voor het verzoendeksel sprenkelen. Zo verzoent hij de misstanden van het priesterschap. Dit doet hij niet in de prachtige hogepriesterlijke kleren, die hij normaal draagt. Daaraan kleefde ondertussen namelijk schuld. Maar hij trekt daarvoor speciale, heilige, linnen kleren aan. Dit zijn heel eenvoudige kleren eigenlijk, ten teken van verootmoediging en nederigheid. (Lev. 16:4-6, 11-14)

Vervolgens moest de Hogepriester voor het volk een zondoffer offeren. Hij moest een bok slachten en het bloed daarvan op en voor het verzoendeksel sprenkelen. Zo verzoent hij de zonden van de Israëlieten, die het Heiligdom verontreinigd hebben. (Lev. 16:5, 9, 15) Zowel de verzoening voor de hogepriester zelf als voor het volk blijken betrekking te hebben op het Heiligdom. Uit Leviticus 16:16-20 blijkt namelijk dat met het bloed van de stier en de bok verzoening over de verschillende onderdelen van het Heiligdom gedaan moest worden.

Tenslotte wordt de schuld van de Israëlieten nog op een andere bok gelegd. Dit gebeurt met handoplegging. Hierin zien we dat de verzoening verschillende aspecten in zich herbergt. De ene bok deed verzoening voor het heiligdom, de andere bok neemt de zonden weg uit het kamp naar de woestijn.

Yeshua heeft ook de Grote Verzoendag vervuld. In Hebreeën 7-10 wordt uitgelegd dat Yeshua verzoening heeft gedaan over het hemelse Heiligdom. Mozes heeft het aardse Heiligdom gemaakt naar het voorbeeld van het hemelse Heiligdom, waar hij een kijkje in kreeg op de berg Sinaï. Het aardse Heiligdom was maar een afspiegeling of schaduw van het hemelse Heiligdom. (Ex. 25:40, Hebr. 8:5, 9:11, 9:23, Openb. 11:19) In het aardse Heiligdom moest ieder jaar opnieuw verzoening worden gedaan. Maar in het hemelse Heiligdom bracht Yeshua een eenmalig offer met zijn eigen bloed. Dit offer is voor altijd genoeg om verzoening te doen. Hij is namelijk een eeuwige Hogepriester en Hij hoeft ook niet eerst voor zichzelf te offeren, omdat Hij helemaal rein is. Dit is dus het volmaakte offer wat in de hemel verzoening doet en ons weer de toegang geeft tot Gods aanwezigheid. (Hebr. 7:24-28, 9:11-14, 9:21-26)

Dat laatste is wat Yeshua voor ons bereikt heeft, namelijk de vrije toegang tot Gods aanwezigheid. Toen Yeshua stierf scheurde het voorhangsel van boven naar beneden in twee stukken (Matth. 27:51). We mogen nu altijd het Heilige der Heilige binnengaan. Dit betekent dat onze schuld ons niet meer tegen hoeft te houden in ons contact met een heilig God. We mogen vrijmoedig naderen tot Hem, tot Hem bidden en met Hem omgaan als onze Vader. (Hebr. 4:14-16, Joh. 1:12)

Met welke gebruiken werd de Grote Verzoendag verder gevierd? In Leviticus 16:29-31 en 23:27-32 staat voorgeschreven dat de Israëlieten en ook de vreemdelingen in hun midden complete rust moesten houden op de Grote Verzoendag. De Grote Verzoendag wordt dan ook wel de shabbat der shabbatten genoemd. Verder is er een heilige samenkomst. Ook staat er geschreven dat men zich moet verootmoedigen. De schuld moet beleden worden en er moet vergeving gevraagd worden. Wie niet zou rusten en zich niet zou verootmoedigen op de Grote Verzoendag, die zou gedood worden. Hij of zij moest dan immers zelf de eigen schuld dragen…

Vandaag de dag wordt Grote Verzoendag gekenmerkt door vasten. Met Grote Verzoendag zijn de strengste vastenregels van kracht: geen eten, geen drinken, geen schoenen van leer, niet wassen, man en vrouw raken elkaar niet aan. Dit komt niet helemaal uit de lucht vallen, want verootmoediging is in de Bijbel vaak gekoppeld aan vasten (bijv. Ezra 8:21, Dan. 9:3-4, Joël 2:12,15). Vasten is de manier om je te verootmoedigen voor God, je schuld te belijden en om verzoening te smeken.

De wonderen van het kruis: de hogepriester moest het bloed van de stier en de bok zevenmaal sprenkelen voor het verzoendeksel. Wilkin van de Kamp heeft hier een prachtige uitleg over gegeven. Hij laat zien dat Yeshua ook zeven keer voor ons gebloed heeft en daarmee zeven verschillende aspecten van verlossing en bevrijding voor ons verwierf. Zie hiervoor: http://www.de7wonderen.nl/homepage/

Excurs: soms wordt in de tweede bok, die naar de woestijn gestuurd wordt, ook een betaling aan de satan gezien. Leviticus 16:10 spreekt in de Hebreeuwse grondtaal namelijk over Azazel. Daar zou de bok heengezonden worden. In sommige latere tradities wordt geleerd dat Azazel een demon was. Anderen lezen hier een klif in of gewoon de zondebok zelf.

Je lot verzegeld: zie onder het tabblad ‘Bazuinenfeest‘ hoe Grote Verzoendag in de rest van de feestkalender past…

 

© Jan-Willem van den Bosch