Loofhuttenfeest

Het zevende en laatste feest dat ingesteld wordt in Leviticus 23 is het Loofhuttenfeest/Sukkot. Het feest duurde zeven dagen, van de 15de tot en met  21ste van de zevende maand. De eerste dag is een dag van samenkomst en rust. En na het feest volgt nog een extra achtste dag van samenkomst en rust, die Sjemini Atseret wordt genoemd. (Lev. 23:33-43)

Loofhuttenfeest is één van de drie grote oogstfeesten. Pesach viel rond de gerstoogst, Wekenfeest rond de tarweoogst en Loofhuttenfeest rond de druivenoogst. Er worden met Loofhuttenfeest dus veel vruchten gegeten en de loofhutten worden vaak ook versierd met allerlei vruchten.

Leviticus 23:40-43 geeft enkele aanwijzingen over hoe het Loofhuttenfeest gevierd moet worden. Op de eerste dag moeten vier verschillende soorten takken genomen worden. Het volk moet zich verheugen voor de Heer. En het volk moet zeven dagen in loofhutten wonen. Hiermee moeten zij zich herinneren dat ze in loofhutten woonden, toen ze uit Egypte wegtrokken.

Van de eerste aanwijzing is de zogenaamde loelav afgeleid. Een bundeltje van een palmtak, mirtetakjes, wilgentakjes en een etrog (een citrusvrucht). Hiermee wordt tijdens Loofhuttenfeest naar alle windrichtingen gezwaaid. Dit wordt gedaan voor de feestvreugde, maar ook als een gebed om regen. Loofhuttenfeest valt namelijk aan het eind van de droge periode, net voor de eerste regen. In Israël is regen heel belangrijk, vanwege het droge klimaat. Daarom spreekt de Bijbel ook vaak over regen, als zegen van God. God zou zijn volk de vroege en late regen geven, als het naar zijn geboden zou leven (Deut. 11:11-14). Vandaar dat er tijdens het Loofhuttenfeest veel om regen gebeden wordt. Als het volk het Loofhuttenfeest viert, belooft God het te zegenen met regen (Zach. 14:16-17).

De tweede aanwijzing betekent verplichte vrolijkheid. Loofhuttenfeest is het enige feest waarop vreugde verplicht is. Als er rouw of verdriet is, moet dit worden uitgesteld. God heeft namelijk geboden om vrolijk te zijn voor zijn aangezicht, tijdens dit feest. Sinds Yeshua kwam is dit gebod eigenlijk nog verder uitgebreid. In Filippenzen 4:4 staat geschreven: Verblijd u altijd in de Heer; ik zeg het opnieuw: Verblijd u! Natuurlijk gaan onze emoties op en neer, maar Yeshua heeft een diepe en blijvende vreugde voor ons verworven. Dat wordt de basis van ons bestaan en blijft de dragende grond daaronder.

De derde aanwijzing betekent het bouwen van een loofhut (sukka). Dit is een hut van loof, van natuurlijk materiaal. Een loofhut mag dus geen spijkers, schroeven, staal of iets dergelijks bevatten. De hut moet gebouwd zijn van takken en hout. Traditioneel moet de loofhut ook een beetje een open dak hebben, zodat je een stukje van de hemel kunt zien. Dit herinnert eraan dat de Israëlieten 40 jaar onder een open hemel rondtrokken in de woestijn.

De laatste aanwijzing betreft de herinnering aan de woestijntocht. De fragiele loofhut laat ons de broosheid van ons bestaan zien. We zijn eigenlijk allemaal pelgrims, die door het leven trekken. We hebben hier geen blijvend bestaan. De ene dag zijn we er en de volgende dag zijn we er niet meer. De Hebreeën brief verwijst hiernaar in Hebreeën 13:14 : Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomstige. In Hebreeën 12:22-23 en 12:28 wordt uitgelegd dat dit het hemels Jeruzalem is waar wij heen op weg zijn. Daar is het pas echt feest. Daarom mogen we de tentpinnen van ons leven ook niet te vast in de grond slaan. We mogen niet te vast zitten aan deze wereld. We zouden veelmeer de dingen moeten zoeken die boven in de hemel zijn, waar Yeshua aan de Rechterhand van God zit (Kol. 3:1).

Er zijn aanwijzingen dat Yeshua op Loofhuttenfeest geboren werd. Ten eerste was het rond Kerst veel te koud voor de herders om nog met de schapen in het veld te zijn. Ten tweede is de Kerstdatum van de heidense zonnewende afgeleid. Ten derde zou dit uit de priesterorde van Abia afgeleid kunnen worden, waar Zacharias deel van uit maakte (Luk. 1:5, 1 Kron. 24:10). Ten vierde verkondigen de engelen ‘grote blijdschap’ bij de aankondiging van de geboorte van Yeshua (Luk. 2:10). Blijdschap was typerend voor het Loofhuttenfeest. Ten vijfde werd Yeshua niet in een weldoortimmerd huis geboren, maar in een stal (Luk. 2:7,12). Dit past uitstekend bij het verblijf in een loofhut. En tenslotte spreekt Johannes 1 als volgt over de geboorte van Yeshua: En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons getabernakeld (Joh. 1:14). Het Griekse woordje wat hier voor ‘wonen’ wordt gebruikt (skènoó), betekent ‘wonen in een tent’ of ‘tabernakelen’. Dit spreekt van een mobiel bestaan, precies zoals het wonen in een loofhut doet.

Hoe het ook precies zit, in Yeshua wandelde God Zelf op deze aarde rond. Waar Hij ook kwam, was God Zelf aanwezig. Yeshua was, om zo te zeggen, Gods mobiele Tempel: Gods Tabernakel. Yeshua heeft zijn eigen lichaam een Tempel genoemd (Joh. 2:19-21). En zo worden de lichamen van zijn volgelingen ook een Tempel van de Heilige Geest genoemd (1 Kor. 6:19). Waar wij binnenkomen, daar komt Gods Heilige Geest binnen. Zo woont God in mensen, als in tenten. In 2 Korinthe 5:1-4 wordt het lichaam ook een tent genoemd, die afgebroken wordt. Maar we mogen daarbij uitzien naar het eeuwige huis in de hemel, waarmee wij bekleed zullen worden. Een onsterfelijk en verheerlijkt lichaam. In dit beeld (de tent van het lichaam) komt weer het tijdelijke van het leven naar voren, de pelgrimstocht waarop wij ons bevinden. Dat is waar het Loofhuttenfeest ons bij stilzet.

Loofhuttenfeest is één van de najaarsfeesten. Dit betekent ook dat dit één van de feesten is, die Yeshua bij zijn tweede komst zal vervullen. Dit feest verwijst namelijk naar het komende vrederijk. De zevende maand wordt gekenmerkt door het zeven dagen durende loofhuttenfeest. Dit verwijst naar het 7e millennium van de geschiedenis, waarin Yeshua zal regeren op de troon van David. Tijdens zijn regering zullen al zijn vijanden onder zijn voeten gelegd worden en zal er grote zegen vanuit Jeruzalem naar de wereld toestromen. Daar kunnen we vele profetieën over vinden in de Hebreeuwse Bijbel.

Tijdens het vrederijk zal er grote vreugde zijn voor Israël. Yeshua zal de vervallen hut van David weer oprichten (Amos 9:11). We lezen ook dat de gelovigen uit de grote verdrukking het loofhuttenfeest vieren voor de Troon van God en het Lam, met witte kleding en palmtakken (Openb. 7:9-17). Zij zijn het, die samen met het Lam in het 1000-jarig vrederijk zullen regeren (Openb. 20:1-6).

Sjemini Atseret is de achtste dag, die enerzijds wel en anderzijds niet bij het Loofhuttenfeest hoort (Lev. 23:39)! Nu is de achtste dag altijd een symbool van een nieuwe wereld. De week telt immers zeven dagen, maar met de achtste dag begint er een nieuwe week. De achtste dag verwijst daarom naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, die er zullen komen na het vrederijk. Deze zijn enerzijds gelijk aan het vrederijk en anderzijds totaal anders. Hemel en aarde zullen dan verenigd zijn. De Tempel, de zon, de zee, de dood, etc. zullen er allemaal niet meer zijn. Dan zal Gods tent bij de mensen zijn en zal Hij bij hen wonen, volgens Openbaring 21:3!

Het Loofhuttenfeest is trouwens het feest bij uitstek om ook als gelovigen uit de heidenvolken mee te vieren. In Zacharia 14:16-17 staat dat alle heidenvolken het Loofhuttenfeest mee zullen vieren in het komende vrederijk. Als ze niet naar Jeruzalem komen voor het feest, zullen ze geen regen ontvangen van de Heer. (De heidenvolken zullen trouwens ook de shabbat en de nieuwemaan meevieren, volgens Jesaja 66:23, maar dat is veel minder aanvaard binnen de Joodse traditie.)

 

© Jan-Willem van den Bosch