Visie

1. Zowel een letterlijke als een geestelijke lezing van de Torah is van belang     
2. Woord en Geest dienen samen te gaan                                                                               
3. Orthodoxie en orthopraxie zijn niet los verkrijgbaar                                                   
4. Gods feesten hebben intrinsieke waarde en zijn tegelijk voorafschaduwing van Yeshua             
5. Yeshua is de kern van alles!                                                                                                                                                     
6. De christelijke vrijheid is de middenweg tussen wetticisme en wetteloosheid                                     
7. Evangelisatie onder Joden en uitvoering van Joodse rituelen vragen inzet en voorzichtigheid    
8. Gods heil voor de wereld begint altijd bij het Joodse volk en de heidenen mogen daarin delen     
9. De tijd dringt! Vervul de grote opdracht van Jezus!                              
10. Geestelijke strijd is overal, er is geen neutraal terrein                      
11. Het grote belang van: proclamatie, aanbidding, dankzegging, positief 
spreken en zegenen   
12. Hebreeuws als Gods scheppingstaal en tongen- / engelentalen zijn van groot belang            

 

 

1. Zowel een letterlijke als een geestelijke lezing van de Torah is van belang
De wet van God is geschreven om gehouden te worden. Dat heeft Yeshua ook bevestigd in Mattheüs 5:19 Wie dan een van deze geringste geboden afschaft en de mensen zo onderwijst, zal de geringste genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar wie ze doet en onderwijst, die zal groot genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen. (zie ook 1 Joh. 5:3-4)

Tegelijk verwijst de wet van God ons door naar Messias Yeshua. Hij is het doel en de vervulling van de wet. Ook dit heeft Yeshua zelf gezegd in Johannes 5:39 U onderzoekt de Schriften, want u denkt daardoor eeuwig leven te hebben, en die zijn het die van Mij getuigen. En in Lukas 24:27 staat dat Yeshua begon bij Mozes en al de profeten en de Emmaüsgangers uitlegde wat in al de Schriften over Hem geschreven was. En Paulus schrijft hier ook over in Galaten 3:24-25 Zo is dan de wet onze leermeester geweest tot Christus, opdat wij uit het geloof gerechtvaardigd zouden worden. Maar nu het geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder een leermeester.

Deze lezingen sluiten elkaar niet uit, maar vullen elkaar aan. Er zijn zelfs vele betekenislagen in de Bijbel te vinden: letterlijke, psychologische, geestelijke, getalsmatige, mystieke, etc. Zo krijgen Bijbelse profetieën ook vaak meerdere vervullingen door de tijd heen. In de Joodse traditie werden de verschillende betekenislagen samengevat in het pardes-principe (peshat, remez, derash en sod). In de christelijke traditie trof men hetzelfde principe aan in de viervoudige Schriftzin.

2. Woord en Geest dienen samen te gaan
Uit het Nieuwe Testament blijkt duidelijk dat er geen onderwijs over Yeshua kan bestaan, zonder vertoon van Geest en krachten. Yeshua deed vele wonderen en tekenen en verwees hier ook expliciet naar in Johannes 14:11-12 (en Markus 16:17-18): Geloof Mij, dat ik in de Vader ben en de Vader in Mij is, en zo niet, geloof Mij dan om de werken zelf. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie in Mij gelooft, zal de werken die Ik doe, ook doen, en hij zal grotere doen dan deze, want Ik ga heen naar Mijn Vader. En Paulus schrijft in 1 Korinthe 2:4 En mijn spreken en mijn prediking bestonden niet in overtuigende woorden van menselijke wijsheid, maar in het betonen van geest en kracht. Ja, de Geest onderwijst ons in alle dingen (Joh. 16:13). Hij is het die ons de Schrift van God moet openen en nog allerlei andere dingen onderwijst. In 1 Johannes 2:27 wordt het als volgt gezegd: En wat u betreft, de zalving die u van Hem hebt ontvangen, blijft in u, en u hebt het niet nodig dat iemand u onderwijst; maar zoals deze zalving u onderwijst met betrekking tot alle dingen – en die zalving is waar en is geen leugen –  en zoals ze u onderwezen heeft, zo moet u in Hem blijven.

Tegelijk mag er geen vertoon van krachten bestaan, zonder Bijbels onderwijs. Daar heeft Yeshua ons voor gewaarschuwd in Mattheüs 7:22-23 Velen zullen op die dag tegen Mij zeggen: Heer, Heer, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam demonen uitgedreven, en in Uw Naam veel krachten gedaan? Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt! De Bijbel is de toetssteen om de geesten te beproeven of zij uit God zijn of niet (Deut. 13, Matth. 24:24, Hebr. 4:12, 1 Joh. 4:1, etc.). In 2 Timotheüs 3:16-17 wordt het als volgt verwoord: Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid, opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust.

3. Orthodoxie en orthopraxie zijn niet los verkrijgbaar
Binnen het christendom staat vaak meer het geloof en de juiste leer (orthodoxie) centraal en binnen het Jodendom staat vaak meer de gehoorzaamheid en het juiste handelen (orthopraxie) centraal. Toch zijn deze twee niet los verkrijgbaar. In het beroemde vers Johannes 3:16 zegt Yeshua dat ieder die in Hem gelooft eeuwig leven heeft. En ook Paulus stelt in Romeinen 3:28 dat de rechtvaardiging door het geloof plaatsvindt en niet door het handelen naar de wet. Verder komt het belang van een gezonde leer ook duidelijk naar voren uit de Bijbel (Ef. 4:14-15, 1 Tim. 4:6, 16, Tit. 1:9, 2 Joh. 1:9-10). Zo staat er in Handelingen 2:42 dat de eerste gemeente volhardend was in de leer van de apostelen en in de gemeenschap, in het breken van het brood en in de gebeden. Daarop volgen veel wonderen en tekenen, volgens vers 43. Het draait dus om geloof en een gezonde leer.

Tegelijk zegt Yeshua in Mattheüs 7:15-20 dat je de boom herkent aan de vrucht. Iedere boom die geen goede vrucht draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. En Paulus zegt ditzelfde verderop in zijn betoog in Romeinen 6:22 Maar nu, van de zonde vrijgemaakt en aan God dienstbaar gemaakt, hebt u uw vrucht, tot heiliging, met als einde eeuwig leven. Of om de woorden van Jakobus 2:17 te gebruiken: het geloof zonder werken is dood.

De juiste leer en het juiste handelen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat komt ook tot uitdrukking in het woord ‘bekering’, dat in het Grieks metanoia is. Dit betekent ‘verandering van denken’. Als wij ons bekeren, dan verandert ons denken totaal. We geloven nu de waarheid en richten ons leven daarnaar. Dat resulteert in andere keuzes, wat in ons gedrag tot uiting komt. Ons denken is het centrum wat ons leven aanstuurt. We worden uiteindelijk niet geleid door onze emoties of ons karakter, maar door de keuzes die we maken. Die sturen onze emoties en geven ons karakter vorm. Daarom dienen we iedere gedachte krijgsgevangen te nemen en bij Christus te brengen (2 Korinthe 10:5), te toetsen aan de waarheid en leugens te ontmaskeren.

4. Gods feesten hebben intrinsieke waarde en zijn tegelijk voorafschaduwing van Yeshua
De shabbat en de Bijbelse feesten zijn Gods vastgestelde heilige tijden. Vanaf het begin is de schepping naar deze heilige structuur geordend geweest, want God rustte op de zevende dag van zijn scheppingswerk en heiligde daarmee de shabbat. Ook wordt er in Genesis 1:14 gezegd dat zon, maan en sterren tot tekenen en feestdagen (moadiem) geschapen zijn. De hemellichamen hebben de primaire functie om Gods heilige tijden aan te geven, want in Leviticus 23:1 worden de shabbat en de Bijbelse feesten Gods feesten (moadiem) genoemd. Yeshua heeft deze feesten ook gevierd en Hij noemde Zichzelf ‘Heer van de shabbat’ (Matth. 12:8). De feesten hebben daarmee waarde  in zichzelf. Dit geldt evenzeer voor andere Bijbelse rituelen, zoals het dopen of de handoplegging. Dit zijn niet slechts symbolen, waaraan we onze eigen invulling geven, maar als we deze in gehoorzaamheid aan God doen, dan werken die in de geestelijke wereld daadwerkelijk wat uit.

Tegelijk zijn de shabbat en de feestdagen slechts een schaduw en afspiegeling van het ware (Kol. 2:16-17). Ze verwijzen naar Yeshua. Daarin ligt hun diepste waarde. In Yeshua hebben we hier dan ook een stuk vrijheid in ontvangen. Zeker als gelovigen uit de heidenvolken, hebben we niet de plicht ons aan deze feesten te houden (Hand. 15 en 21:25). Het zal ons tot grote zegen zijn als we dat wel doen, omdat die feesten Gods hart hebben, maar ze worden ons niet opgelegd. Yeshua sprak in Markus 2:27 De shabbat is gemaakt ter wille van de mens, niet de mens ter wille van de shabbat. Dat vat alles samen. Het kan ons tot grote zegen zijn, maar we hoeven ons er niet door te laten knechten. Zie verder onder punt 6…

5. Yeshua is de kern van alles!
Yeshua is de kern van Gods openbaring. In Yeshua wandelt God Zelf op aarde. Dat blijkt uit veel prominente eerste (!) hoofdstukken van Bijbelboeken: Johannes 1, Kolossenzen 1, Hebreeën 1 en Openbaring 1. Uit Hem zijn alle dingen ontstaan. Door Hem (in zijn Naam en in zijn bloed) worden alle dingen in stand gehouden en gered van de ondergang. En in Hem zullen alle dingen weer verenigd worden met God, dienstbaar gemaakt aan Hem (Rom. 11:36, Efeze 1:21-23, Fil. 2:5-11, Kol. 1:15-20).

Dit betekent voor ons dat wij alles wat wij ondernemen, moeten doen in de Naam van Yeshua haMashiach! (Kol. 3:17) En als we ergens over moeten opscheppen hier op aarde, is het Yeshua (1 Kor. 1:31). In de Persoon van Yeshua is God aanwezig bij ons, ontmoet Hij ons, vervult Hij ons met zijn Geest en werkt Hij wonderen van genezing, herstel, bevrijding en openbaring door ons heen!

Yeshua laat ons de kern van de Torah zien: het liefhebben van God boven alles en de naaste als onszelf (Matth. 22:34-40). Hij toont ons de ultieme opofferende liefde, door zijn leven te geven voor vriend en vijand en Hij vraagt ons om Hem daarin na te volgen (Matth. 5:44, Joh. 15:9-14, Rom. 5:7-10, Rom. 12:14, Fil. 2:5, 1 Petr. 2:21, 1 Joh. 4:7-12).

Het belangrijkste van alles is dat Yeshua kwam om de relatie met de hemelse Vader te herstellen. We kunnen nu in zijn nabijheid komen en met Hem spreken. Deze relatie wordt beoefend door het gebed. Zie verder onder gebed!

6. De christelijke vrijheid is de middenweg tussen wetticisme en wetteloosheid
Sinds Yeshua gekomen is, zijn we vrij van de vloek van de wet, door geloof alleen. De wet kan ons niet meer aanklagen (Rom. 7:6, 1 Kor. 10:23, Gal. 3:13, etc.). De wet kon ons veroordelen vanwege onze fouten, zolang we onmondige kinderen waren. Zo was de wet een opvoedmeester om ons tot Yeshua te leiden (Gal. 3:23-25, 4:1-7). Sinds de komst van Yeshua zijn wij aangenomen tot volwassen kinderen van God. Een nieuw traject in de opvoeding begint. De wet is nog steeds goed, maar kan ons niet langer veroordelen. We hebben de vrijheid om al doende te leren, fouten te maken en van binnenuit te gaan leven naar Gods plannen.

Dit nieuwe traject staat onder de leiding van de Heilige Geest. In Jeremia 31:31-33 was al voorzegd dat God een nieuw verbond met zijn volk zou sluiten en dat God zijn wet in het hart van zijn volk zou schrijven. In 2 Korinthe 3 en Hebreeën 8-10 wordt op deze belofte teruggegrepen. De wet was slechts een onvolmaakte schaduw van wat komen zou. In 2 Korinthe 3:6b staat: Hij heeft ons namelijk bekwaam gemaakt om dienaars van het nieuwe verbond te zijn, niet van de letter, maar van de Geest; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend. De wet kon ons slechts straffen, maar de Geest kan ons ook het nieuwe leven van binnenuit geven. Een leven dat uiteindelijk in overeenstemming met de wet zal blijken te zijn! (Zie verder Het oude en nieuwe verbond…)

Kortom, het gaat nu om passie en liefde in plaats van moeten. We leven geen leven dat zucht onder de opgelegde regels, want dan zijn we onze vrijheid kwijt. Maar we leven ook geen wetteloos leven, dat van God noch gebod wil weten. Nee, door de Geest krijgen we een diep verlangen om naar Gods bedoeling en wetten te leven! (1 Joh. 5:3-4) Het gaat als een vrucht vanzelf aan onze levensboom groeien. We gaan ernaar hunkeren en zoeken.

7. Evangelisatie onder Joden en uitvoering van Joodse rituelen vragen inzet en voorzichtigheid

Yeshua en de Joodse rituelen horen nauw bij elkaar. Dit geldt zeker voor de rituelen, die duidelijk te herleiden zijn tot de Hebreeuwse Bijbel. Yeshua is een Jood van geboorte af. Ook liet Hij zijn liefde zien voor de feesten, die zijn hemelse Vader had ingesteld (Mark. 14:12-16, Luk. 4:16, 22:15, Joh. 5:1, 7:10). Yeshua is zelfs gekomen om deze feesten te vervullen. Door Hem krijgen deze feesten pas hun ware betekenis en glans. Dit betekent dat we met inzet moeten streven naar het vieren van deze feesten, als volgelingen van Yeshua. Ook betekent dit, dat we ons moeten inzetten om Yeshua bekend te maken bij zijn volksgenoten, de Joden.

Tegelijk vraagt dit voorzichtigheid. We weten dat God een unieke weg met zijn volk gaat en dat Yeshua zich op zijn tijd zelf aan zijn volk zal laten zien, zoals Jozef aan zijn broers (Gen. 45:1, Zach. 12:9-14, Rom. 11:25-26). Ook kennen we de pijnlijke geschiedenis waarin Yeshua is geconfisqueerd door de heidenvolken en van zijn Joodse achtergrond is ontdaan (hoewel dit mogelijk wel zo moest lopen, vergelijk Gen. 42:7-8 en Rom. 11:11). Daarbij is het volk van de Joden door de eeuwen heen veel pijn en vervolging aangedaan, terwijl men de naam van Yeshua daarbij betrok. Dit vraagt voorzichtigheid in onze houding naar het Joodse volk.

8. Gods heil voor de wereld begint altijd bij het Joodse volk en de heidenen mogen daarin delen

Gelovigen uit de heidenen mogen voluit delen in het heil van Yeshua. De scheidsmuur tussen Jood en heiden valt weg in Hem en we worden één geestelijk gebouw (Efeze 2:11-22).

Tegelijk moeten wij altijd blijven erkennen dat wij geënt zijn op Israël (Rom. 11:18). Het heil begint altijd bij het Joodse volk en verspreidt zich vervolgens naar de heidenvolken. Wij delen altijd in tweede instantie (Matth. 15:21-28, Joh. 4:22, Rom. 1:16, 2:9-10). De feesten vieren wij ten allen tijden MEE met het Joodse volk. Ze zijn aan het volk gegeven en wij voegen ons daarbij, zonder het Joodse volk ooit aan de kant te schuiven. Een nieuwe stap in het heilsplan van God zal altijd beginnen bij zijn volk. Yeshua zal dan ook terugkeren naar de Olijfberg en zetelen op de troon van zijn voorvader David in Jeruzalem (Luk. 1:32, 1:68-73, Hand. 1:11-12, Micha 4:1-7, etc.). Van daaruit zal zijn vrederijk gestalte krijgen over de hele aarde. Bimhera beyamenu!

9. De tijd dringt! Vervul de grote opdracht van Jezus!

Het speelkwartier is voorbij (Ef. 5:16). Er zijn veel tekenen dat Yeshua spoedig zal terugkeren. Om er enkele te noemen: de globalisering, de mens die zich verheft tot god met het streven om het geheim van leven en dood in zijn vingers te krijgen (e.g. Y.N. Harari (2017). Homo Deus.), het evangelie dat de wereld ongeveer helemaal rond is gegaan en bovenal de terugkeer van het Joodse volk naar het beloofde land. Over dit laatste spreken vele profetieën uit de Hebreeuwse Bijbel.

Dit betekent volgens Yeshua dat we nuchter en waakzaam moeten zijn (mede door te vasten) en dat we altijd moeten bidden (Matth. 25:13, Markus 13:33, 1 Thess. 5:4-17, 1 Petrus 4:7). Daarbij moeten we onszelf reinigen als bruid van Yeshua, zodat we klaar zijn voor zijn komst (Openb. 19:7-8). En we mogen ons in het bijzonder richten op de grote opdracht die Yeshua ons gaf om het evangelie overal te verkondigen (Matth. 28:19-20). In de Bijbel kunnen we lezen dat het evangelie, in de moeilijke laatste dagen, nog een laatste keer met veel kracht en tekenen zal uitgaan over de aarde (Openb. 11:1-12). Laten we ons daarnaar uitstrekken!

10. Geestelijke strijd is overal, er is geen neutraal terrein

Zowel Yeshua als Paulus hebben ons geleerd dat er een koninkrijk van God en een koninkrijk van de satan bestaat (Matth. 12:24-26, Efeze 3:10, 6:12). Ook hebben zowel Yeshua als Paulus ons geleerd dat de satan de overste van de huidige wereld is (Joh. 12:31, 2 Kor. 4:4, Efeze 2:2). Dit betekent dat we ons nergens op neutraal terrein bevinden, maar dat het overal oorlog is. Als we geen duidelijke keuze maken om Yeshua te volgen en als we niet strijden, dan zullen we afglijden en geroofd worden door de duisternis (1 Tim. 6:11-12, Hebr. 2:1). Er staat dus veel op het spel!

We moeten de wapenrusting van Yeshua aantrekken (Efeze 6) en alert zijn op geestelijke machten en strijd. Zelf hebben we steeds geestelijke bescherming en bevrijding nodig. En ook aan anderen mogen we voortdurend bescherming en bevrijding uitdelen in de Naam van Yeshua. Voor allerlei zaken in het leven proberen we natuurlijke oplossingen te zoeken, maar we dienen allereerst naar geestelijke oplossingen te zoeken. Yeshua is de heelmeester, de zegenaar, de beschermer, de bouwheer, etc.! Zoek de dingen die boven zijn, waar Yeshua is (Kol. 3:1-4). We hoeven ons niet af te laten schrikken, want we mogen ons vooral richten op Yeshua. Hij heeft de wereld immers al overwonnen (Joh. 16:33)! Bied in zijn Naam weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten (Jak. 4:7).

Belangrijk is wel dat, voordat we de strijd aanbinden op het geestelijke slagveld, er eerst een juridische strijd in de hemelse rechtbank plaatsvindt (Job 1, Zach. 3, Lukas 18:1-8, 2 Kor. 5:10-11, Hebr. 4:16, 1 Petr. 2:23, 1 Joh. 1:9). Zolang de satan aanklachten tegen ons kan laten standhouden voor de hemelse rechtbank, zullen we iedere slag op het slagveld verliezen. We hebben dan geen recht op de overwinning. Het is belangrijk dat we deze aanklachten opvragen, onze schuld belijden, het bloed van Yeshua hierover ter verzoening vragen en vrijspraak verkrijgen van de hemelse Rechter. Dan pas kunnen we rechtmatig de strijd aanbinden met de machten in de Naam van Yeshua. (Meer hierover kunt u lezen in Robert Henderson Procederen in de hemelse rechtbanken, Mandate Publishing: 2015.)

11. Het grote belang van: proclamatie, aanbidding, dankzegging, positief spreken en zegenen

De Joodse traditie kent het belang van proclamatie: het hardop uitspreken, eigenlijk uitroepen (qoree betekent ‘uitroepen’), van Bijbelteksten. Ook als niemand het hoort, werkt het in de geestelijke wereld iets uit (bijv. Efeze 3:10). Het werkt als zegen of vloek. Woorden hebben macht om te scheppen, zeker als we door Gods Geest spreken. Dat blijkt al uit het eerste hoofdstuk van de Bijbel. Woorden zijn nooit neutraal, ze scheppen een wereld of vernietigen een wereld. Er is leven en dood in de macht van de tong (Spreuken 18:21, Jakobus 3).

De woorden van God worden volgens een vaste liturgie uitgesproken in de Joodse traditie. Dat God zich zou houden aan een liturgie is geen vreemde gedachte, want ook de hemelse eredienst kent een vaste liturgie, met vaste formules (Jes. 6:3, Openb. 4:8-11). Van de voorgenoemde teksten is de Kedusha in de Joodse gebedstraditie afgeleid. Ook volgen Gods feesten ieder jaar dezelfde cyclus. Als we met deze cyclus meevieren, helpt ons dat om oog te krijgen voor de dingen waar God op dat moment mee bezig is.

Maar ook het zegenen in het dagelijkse leven is van groot belang. De Bijbel roept ons op om te zegenen en niet te vervloeken, zelfs naar onze vervolgers toe (Lukas 6:28, Rom. 12:14). We worden opgeroepen om anderen steeds te zegenen. Dan komt de zegen als vanzelf ook naar onszelf terug. Tegenstand zal op den duur verbroken worden en hulp zal zich op den duur vermeerderen. In het bijzonder geldt dit als we Gods volk, de Joden, gaan zegenen (Gen. 12:3).

God dankzeggen en zegenen is de toegangspoort tot zijn aanwezigheid! Daarom worden we opgeroepen om God ten allen tijde te danken en te zegenen (Psalm 24:7-10, 100:4, 118:19, Fil. 4:6, 1 Thess. 5:18, Openb. 5:13-14). En om te getuigen van zijn grote daden in ons leven!

12. Hebreeuws als Gods scheppingstaal en tongen- / engelentalen zijn van groot belang

Niet alle talen zijn gelijk aan elkaar. De Torah, die ook door Yeshua onderwezen werd, is in het Hebreeuws geschreven. Iedere tittel en jota is daarin van belang, volgens Yeshua (Matth. 5:18). Het Hebreeuws is een bijzondere taal van God, met vele betekenislagen. En het is werkelijk zo dat alle Hebreeuwse letters, tekens en zelfs de getalswaarden ertoe doen. Hoe meer we in de Hebreeuwse Bijbel studeren, hoe meer de schatten en rijkdommen daarvan in de Hebreeuwse taal aan het licht komen. God heeft er een kunstwerk van geweven. Volgens de Joodse traditie heeft God met de Hebreeuwse taal en de Torah de wereld geschapen. We mogen weten dat de Hebreeuwse taal en de Torah hierin uiteindelijk doorverwijzen naar Yeshua. Het is van groot belang dat het Hebreeuws geleerd en onderwezen wordt. Hiermee kunnen we een dieper begrip van Gods Woord verkrijgen.

De Heilige Geest kan ons vele talen laten spreken (Hand. 2), maar in het bijzonder wil de Geest ons de tongen- of engelentaal leren. Eigenlijk moeten we spreken over engelentalen in het meervoud (1 Kor. 13:1, 1 Kor. 14). Een andere benaming voor het beoefenen van deze talen is ‘bidden in de geest’ (1 Kor. 14:14-15). Tongen- of engelentalen zijn bijzondere talen, waarmee we God in de geest kunnen aanbidden. Deze talen zijn met geen enkele aardse taal te vergelijken. We kunnen deze alleen uitspreken, als we de controle van onze tong overgeven aan de Heilige Geest. De doop met de Heilige Geest wordt gekenmerkt door het spreken in onbekende talen (Hand. 2:4, 10:44-46, 19:6). Dit is een plotselinge uitstorting van Gods Geest, maar er kan ook sprake zijn van een geleidelijk proces, waarin de Geest ons steeds meer van zijn talen leert. De Geest schenkt aan sommigen de speciale gave (charisma) van verschillende talen (1 Kor. 12:10,30). Niemand ontvangt namelijk in één keer alle talen (1 Kor. 14:18). De tongen- of engelentalen zijn in de geestelijke wereld van groot belang. Er gaat grote kracht vanuit als we bidden in de geest! (Rom. 8:26, 1 Kor. 14:2,28, 2 Kor. 5:13, Ef. 3:10, 6:18, Judas 20)

‘De tijd komt en is nu, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid, want de Vader zoekt wie Hem zo aanbidden. God is Geest en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.’ (Joh. 4:23-24)

 

© Jan-Willem van den Bosch