Wekenfeest

Op de 50ste dag van de Omer-telling werd een rustdag en heilige samenkomst gehouden. Dit is het feest van Shavuot (Wekenfeest of Pinksterfeest). Tijdens dit feest werden er twee broden als beweegoffer aan de Heer geofferd. Dit waren de eerstelingen van de tarweoogst, die aan de Heer geweid werden. Rond de tijd van Shavuot ontvingen de Israëlieten ook de Torah op de berg Sinaï. Daarom wordt met Shavuot ook de gift van de Torah gevierd. Het interessante hiervan is dat de twee broden van het beweegoffer symbool kunnen staan voor de twee stenen tafels, die Mozes van de Heer meekreeg. De Torah is het geestelijke voedsel, dat een mens iedere dag tot zich dient te nemen.

Volgens sommige Joodse tradities ontving het volk de Torah exact op de datum van Shavuot. Dit lijkt echter niet uit te komen met de kalender, want we lezen in Exodus 19:1 dat de Israëlieten op de 15de van de derde maand arriveren in de woestijn van de Sinaï. Shavuot valt echter op de 6de van de derde maand, volgens de Joodse kalender. Er zijn nog wel mogelijkheden om het kloppend te krijgen met andere kalendertellingen, zie daarvoor het tabblad ‘Eerstelingen’. In elk geval ontvingen de Israëlieten de Torah wel rond de tijd van Shavuot.

Zoals al bij de feesten van de ongezuurde broden en eerstelingen gezegd, werd de eerste grote oogst van Gods Koninkrijk al een tijdje verwacht. Deze werd met Shavuot binnengehaald. 3000 mensen bekeerden zich op dit Pinksterfeest en kwamen tot geloof in Yeshua. Dit zijn de eerstelingen van een nog rijkere oogst, die volgen zou. Zij waren als het ware het beweegoffer voor Gods aangezicht. Na Shavuot ging het evangelie de hele wereld rond.

Deze bekeringen hadden alles te maken met de uitstorting van de Heilige Geest. Terwijl Joden van over de hele wereld in Jeruzalem samengestroomd waren om Shavuot te vieren, hoorden zij ineens de leerlingen van Yeshua in hun eigen taal spreken over de grote werken van God. En dat terwijl de leerlingen deze talen nooit geleerd hadden. De Geest gaf hen namelijk allerlei nieuwe talen uit te spreken. Ook verdeelden er zich letterlijk tongen (talen) van vuur over de leerlingen.

Het is niet toevallig dat dit op Shavuot gebeurde, want de uitstorting van de Heilige Geest heeft alles te maken met de gift van de Torah op de Sinaï. Jeremia had namelijk al geprofeteerd dat er een nieuw verbond in werking zou treden en dat God zijn wet in het hart van zijn volk zou schrijven (Jer. 31:33). En Ezechiël had geprofeteerd dat God zijn Geest in het hart van zijn volk zou geven, zodat ze van binnenuit naar zijn geboden zouden gaan leven. Hun hart zou dan niet langer van steen, maar van vlees zijn. (Ez. 36:26-27) Deze profetieën worden ook bevestigd in het Nieuwe Testament (2 Kor. 3:3, Hebr. 8:10, 10:16). De Heilige Geest schrijft de wet in het hart van de gelovigen. Daarmee is er een nieuw verbond in werking getreden.

Wat betekent dit voor onze houding tegenover de wet? We mogen nu in vrijheid dienen. De wet kan ons niet meer veroordelen namelijk. We hoeven ons niet slaafs meer te houden aan de letter van de wet. Nee, we mogen nu vanuit een innerlijke passie zoeken naar Gods bedoeling met ons leven. En dat leven zal dan in overeenstemming blijken te zijn met de bedoelingen van de wet. We gaan verlangen om ons te voeden met Gods goede wet. Maar nu niet vanuit een ‘moeten’, maar vanuit een ‘willen’. Zie verder ook statement 6 van de Positiebepaling.

 

© Jan-Willem van den Bosch